Ons werk in 9 verhalen

Wat zijn de resultaten van ons werk in 2018? Hebben we de omstandigheden verbeterd waaronder journalisten hun werk moeten doen? Komen onze mediapartners beter op voor de belangen van (alle) burgers, fungeren ze als waakhond in hun samenleving? En is het gelukt om media te professionaliseren en financieel zelfstandiger te maken? Kortom: droeg ons werk bij aan onze drie tussendoelen? In negen verhalen laten we je zien hoe onze partners met steun en expertise van Free Press Unlimited zich onophoudelijk inzetten om iedereen toegang te geven tot onafhankelijke en betrouwbare informatie.


Drie grote programma’s

Onze drie grootste programma’s zijn No News is Bad News (ons strategisch partnerschap met het Ministerie van Buitenlandse Zaken), het Russischtalig Nieuwsplatform en ons Syrië-programma.

1. No News is Bad News

Ons grootste programma is het vijfjarige strategisch partnerschap No News Is Bad News met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Samen met alliantiepartner European Journalism Centre ondersteunen we 53 mediapartners in 17 landen om de omstandigheden voor onafhankelijke media te verbeteren, hun rol als waakhond te versterken en ze (financieel) duurzaam te maken. Daarnaast besteden we aandacht aan internationale pleitbezorging, gender en veiligheid.

Meer mogelijkheden voor media

In 2018, halverwege de looptijd van No News Is Bad News, organiseerden we een gedegen evaluatie. Zitten we nog op het goede spoor, moeten we zaken aanpassen? Ja, is het antwoord op beide vragen. De resultaten zijn overwegend prachtig, we mogen trots zijn op onze partners en onszelf. ‘No News Is Bad News heeft de mogelijkheden en de legitimiteit van journalisten vergroot, om het beleid van overheden en bedrijven op verschillende terreinen te beïnvloeden’, zegt To Tjoelker, hoofd DSO/MO van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De tussentijdse evaluatie concludeerde dat No News Is Bad News al na 2,5 jaar de omstandigheden heeft verbeterd waaronder journalisten hun werk doen. In Somalië bijvoorbeeld, trokken twintig media en vijf maatschappelijke organisaties met succes samen op om de nieuwe mediawet aan te passen. Binnen drie maanden werd 70% van hun wijzigingen overgenomen en ging de regering akkoord met 14 van de 18 bepalingen die de coalitie in de wet wilde hebben. En last but not least: de minister voor Grondwetzaken stopte met zijn openlijke aanvallen op Somalische media. Helaas neemt dit niet weg dat Somalië nog steeds een van de gevaarlijkste landen ter wereld is voor journalisten.

Rol als waakhond

Journalisten kunnen hun rol van waakhond in de samenleving beter vervullen dankzij trainingen in onder meer onderzoeksjournalistiek binnen No News Is Bad News. Dit leidde vooral op lokaal niveau tot duidelijke verbeteringen op het gebied van bestuur, mensenrechten en gendergelijkheid. Zo onthulde onze Iraakse partner KirkukNow dat 40.000 vluchtelingen uit Kirkuk niet konden terugkeren voor de verkiezingen in mei 2018, maar ook niet buiten Kirkuk mochten stemmen. KirkukNow schreef er een serie artikelen over in vier talen die weer doorgeplaatst werden in drie andere media. De reacties hierop hadden resultaat: de kiescommissie paste de procedure aan, zodat de vluchtelingen hun stem toch konden uitbrengen.

Ook lukte het ons om samen met onze partners media verder te professionaliseren. Zo kregen de managers van partnerorganisaties in het nieuwe klokkenluidersplatform IndonesiaLeaks een training in digitale veiligheid, waardoor ze nu zó communiceren dat ze hun bronnen en zichzelf niet in gevaar brengen. Maar de (financiële) duurzaamheid van media vergt nog meer aandacht, ondanks alle trainingen en andere capaciteitsversterking in onze projecten. Daarmee gaan we in de tweede helft van No News Is Bad News aan de slag.
Meer over de aanpak van deze evaluatie lees je hier.

2. Russischtalig Nieuwsplatform

Een animatie met huppelende konijntjes en koffers vol bankbiljetten: zo hielp het Russischtalig Nieuwsplatform de Moldavische onderzoekskrant Ziarul de Gardã aan een enorm publiek voor een tamelijk saai en vooral lang rapport over een witwasschandaal. De aansprekende animatie legde de lezers in twee minuten uit hoe de bankenconnecties en geldstromen liepen. Voor Ziarul de Gardã was dit een compleet nieuwe aanpak en een groot succes – met dank aan drie Russische, Tsjechische en Oekraïense redacteuren van het Russischtalig Nieuwsplatform. De Russische, Roemeense en Engelse versies van het filmpje bereikten meer dan een half miljoen mensen, óók in de Baltische staten waar een deel van het witwasgeld naartoe was gesluisd. Tot die tijd had de Moldavische krant slechts 3.000 abonnees op haar Russischtalige pagina.

Het Russischtalig Nieuwsplatform, eind 2015 opgericht door Free Press Unlimited en zeven mediapartners, verenigt onafhankelijke media uit Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Georgië, Moldavië, Oekraïne en Rusland: landen waarin een groot deel van de inwoners Russisch spreekt. Al na 2 jaar bereikte het platform 40 miljoen mensen met betrouwbare informatie en indringende verhalen die grenzen overstijgen en mensen verbinden. Zoals het Georgische netwerk JAMnews dat ook nieuws brengt over aartsvijanden Azerbeidzjan en Armenië, inclusief omstreden gebieden als Nagorno-Karabach. Doordat JAMnews in de verschillende talen publiceert, kunnen Armeniërs artikelen lezen die door Azerbeidzjanen zijn geschreven en vice versa.

Online multimediapakketten

De verhalen die het platform uitwisselt, publiceert en gezamenlijk creëert, zijn vaak zeer krachtig en invloedrijk. Zo stimuleerden de mediapartners in 2018 het publieke debat over vaccinaties, ook in Oost-Europa een ingewikkelde kwestie, die het van alle kanten belichtte. Hromadske in Oekraïne had in 2018 zelfs twee scoops die de wereld over gingen, mede dankzij de online multimediapakketten van het Russischtalig Nieuwsplatform: een documentaire over de geheime gevangenissen van de Oekraïense inlichtingendienst én een multimediareportage over een dreigende milieuramp door onbeheerd achtergelaten mijnen in de Donbas.

Het Russischtalig Nieuwsplatform ondersteunt partners redactioneel, maakt samen met hen multimediaproducties en adviseert over de distributie, zodat ze zoveel mogelijk mensen bereiken. Wat helpt, is dat de mediapartners sinds 2018 ook hun sociale media-activiteiten op elkaar afstemmen bij gezamenlijke projecten. Dat vergroot het bereik en de impact van de verhalen enorm. Een sterk punt van het platform is dat het blijft experimenteren met nieuwe formats, zoals Instagramvideo’s in Rusland en Wit-Rusland, of videoblogs over onderzoeksprojecten in Georgië. Ook weigert het platform te kiezen voor één medium of sociale mediakanaal. Hoe waardevol die flexibiliteit is, bleek toen in Armenië in het voorjaar van 2018 een revolutie uitbrak. Rusland blokkeerde de veelgebruikte chatapp Telegram én censureerde het internet. Een mediapartner greep onmiddellijk terug op de ‘ouderwetse’ gedrukte krant en verspreidde zo het nieuws over Armenië alsnog onder het Russische publiek.

3. Syrische media worden professioneler

Onafhankelijke media die hun publiek betrouwbare en kritische informatie bieden… dat is in Syrië, zacht uitgedrukt, niet eenvoudig te realiseren. Toch is het juist daar belangrijker dan ooit. Zeker nu het geweld lijkt te verminderen, maar Assad niet is verdwenen en de sociale en politieke conflicten voorlopig aanhouden. Sinds 2012 bouwt Free Press Unlimited samen met Syrische journalisten en media, veelal in ballingschap, gestaag aan zo’n professionele mediasector.

Anno 2018 zijn we vele, soms moeizaam gezette, stappen verder. Een reuzenstap was de ondertekening van het Ethical Charter door inmiddels 23 media en mediaorganisaties die beloofden zich te houden aan fundamentele ethische principes als objectiviteit en respect voor de vrijheid van meningsuiting. Dat helpt. Syrische media beseffen heel goed dat hun toekomst staat of valt met het vertrouwen van hun publiek in wat ze schrijven of uitzenden.

Publieksonderzoek

Wat wil en verwacht dat publiek eigenlijk? In 2018 organiseerden we een uniek publieksonderzoek uitgevoerd door Ipsos en CMC. Zij stelden 80 Syriërs en 27 mediaprofessionals buiten én binnen Syrië de vraag: wat vinden jullie van de berichtgeving in Syrische en internationale media, zoals BBC en Al Jazeera? Met 40 Syriërs hielden de bureaus bovendien diepte-interviews. Een schokkende 95 procent van de Syriërs had geen enkel vertrouwen in het waarheidsgehalte van de berichtgeving. Maar ze bleken heel goed te weten wat onafhankelijke media betekenen, ook voor de toekomst van hun land. En ze herkenden de publicaties van onze partners over het algemeen als onafhankelijker dan andere media.

Free Press Unlimited trainde in het afgelopen jaar 966 Syrische mediawerkers (28% vrouw) in onder meer organisatieontwikkeling, financieel management, digitale veiligheid en het maken van video’s met smartphones. Coaches gaven individuele begeleiding aan bijna 300 journalisten (24% vrouw). In het kader van ons speerpunt gendergelijkheid produceerden we een handboek over gender en media dat in al onze gendertrainingen wordt gebruikt. En we organiseerden samen met onze partners off- en online forums over bijvoorbeeld vrouwen in de media, waarvoor we ook maatschappelijke organisaties uitnodigden. Een mooi resultaat was het besluit van werkgevers om vrouwen betaald zwangerschapsverlof te bieden.

Media en maatschappelijke organisaties hebben elkaar hard nodig in het in alle opzichten verwoeste Syrië. In 2018 lanceerden we een succesvol coproductiefonds dat negen samenwerkingsinitiatieven financierde. Met een kleine bijdrage wisten zij maar liefst 61 mediaproducties op touw te zetten over uiteenlopende onderwerpen als ouderschap, ontheemding en gedwongen huwelijken.

Elk kwartaal monitoren we bij vijf tot tien media hoe objectief hun content is en hoe ze over en voor vrouwen berichten. In het afgelopen jaar deden we dat niet meer heel breed, maar kozen we één gebeurtenis uit en onderzochten hoe veertien nationale en internationale media daarover publiceerden. Door dit één of twee keer per jaar te herhalen, kunnen we de journalistieke kwaliteit beter vergelijken. We concludeerden dat onafhankelijke media, deels gesteund door Free Press Unlimited, bijdragen aan een pluriformere berichtgeving over Syrië. Maar we zagen ook dat bijna alle media moeite hadden met accurate bronvermeldingen.

Twee media-instituten

We zijn trots op onze partners: de vooruitgang die ze hebben geboekt is groot. Het Ethical Charter leert, vooralsnog met flink wat ondersteuning van Free Press Unlimited, steeds beter op eigen benen te staan als media-instituut dat toeziet op ethische journalistiek en de professionele capaciteit van Syrische media versterkt. En de Syrische Vereniging van Journalisten (SJA), die met onze hulp werd opgericht, is uitgegroeid tot een sterke gesprekspartner voor Syrische media. De SJA stimuleert dialoog en inclusiviteit, en komt op voor de vrijheid van meningsuiting, professionele journalistiek en de bescherming van journalisten.

In 2018 lieten we ons Syrië-programma tussentijds evalueren en concludeerden dat we ons moeten concentreren op het versterken van deze twee media-instituten. Zij moeten in de nabije toekomst zelfstandig Syrische media ondersteunen om hun werk goed te doen. Dit betekent zelf trainingen en evenementen organiseren, zelf pleiten voor een professionele journalistieke sector en zonder onze steun de gedragscode bewaken. Cruciaal is dat zij in staat zijn om bruggen te slaan naar de (regeringsgezinde) media en het publiek in Syrië zelf. De haat, het verdriet en de tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen zijn immers enorm. Bij die verschrikkelijk moeilijke exercitie zal Free Press Unlimited de jonge professionele media waar nodig blijven ondersteunen.


Veiligheid voor journalisten

Free Press Unlimited heeft een behoorlijk compleet veiligheidsprogramma voor journalisten: we bieden preventieve veiligheidstrainingen, noodhulp via Reporters Respond en sinds kort, dankzij de steun van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken ook juridische assistentie.

Ook steunen we projecten van partners voor de veiligheid van journalisten, zoals de juridische helpdesk van het Nepalese Freedom Forum. Bovendien pleiten we (internationaal) actief voor de bescherming van journalisten en de berechting van degenen die hen met geweld de mond snoeren. Als journalisten hun werk niet veilig kunnen doen, loopt de persvrijheid gevaar – en daarmee het recht op betrouwbare, relevante en onafhankelijke informatie.

In 2018 gaven we tientallen veiligheidstrainingen aan journalisten die in conflictgebieden werken of online risico’s lopen. Zij leren niet alleen om zichzelf fysiek zo goed mogelijk te beschermen, maar ook digitaal én om te gaan met de psychologische gevolgen van het werken onder permanente druk. Via Reporters Respond hielpen we 73 journalisten in 40 landen wiens apparatuur was vernield of die zelf ernstig bedreigd of mishandeld waren. Zoals de Nigeriaanse uitgever en hoofdredacteur Jones Abiri die twee jaar lang vastzat en werd gemarteld, zonder enige aanklacht. Een advocaat, betaald uit ons noodfonds, hielp hem vrij te krijgen. Ook konden zijn vrouw en kinderen hem in de gevangenis bezoeken, dankzij de bijdrage van Reporters Respond aan hun reiskosten.

Journalisten als Abiri kunnen we sinds november 2018 juridische hulp verlenen uit ons kersverse Legal Defense Fund. Dit wordt gefinancierd uit de bijdrage van € 1,45 miljoen die de Nederlandse regering vrijmaakte voor de bescherming van journalisten wereldwijd. Die juridische bijstand is keihard nodig. Journalisten worden steeds vaker monddood gemaakt met willekeurige aanklachten; zo had Daphne Caruana Galizia maar liefst 47 rechtszaken tegen zich lopen op het moment dat ze werd vermoord met een autobom. En nog steeds hangt haar familie meer dan twintig juridische claims boven het hoofd. Hoe moet een individuele journalist of nabestaande de hoogoplopende (advocaat)kosten daarvoor betalen? In die lacune zal het Legal Defense Fund voorzien met steun aan – Nederlandse en buitenlandse – journalisten en mediaorganisaties in het buitenland.


Betere bescherming van journalisten

In 2017 werd de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) aangenomen. Free Press Unlimited was, net als vele anderen, tegen de onderdelen in deze ‘sleepwet’ die het recht op bronbescherming van journalisten aantasten.

Hoewel het ons, samen met anderen, lukte om te voorkomen dat inlichtingendiensten gegevens ‘die betrekking hebben op een journalist’ mogen delen met hun buitenlandse collega’s, blijft het sleepnet een reëel gevaar voor journalisten en hun bronnen. Daarom bleven we in Den Haag hameren op het belang van daadwerkelijke bronbescherming en spanden we in 2018 samen met tien andere organisaties een kort geding aan tegen de ongewijzigde invoering van de Wiv. Helaas wees de rechter onze eisen eind juni af. Omdat onze fundamentele bezwaren tegen de wet nog steeds bestaan, gaat de coalitie door met de bodemprocedure die ze tegen de Wiv is gestart.

Liquidaties onderzoeksjournalisten

In 2018 vormden onderzoeksjournalisten voor het eerst een meerderheid op de overzichtslijsten met vermoorde journalisten. Deze verontrustende trend kreeg dit jaar dan ook hoge prioriteit in de boodschap van Free Press Unlimited richting Tweede Kamer en de Verenigde Naties: de moordenaars mogen niet onbestraft blijven! Aansluitend op Free Press Live op 2 november zijn we met de zoon van Daphne Caruana Galizia en de collega van Ján Kuciak naar de Tweede Kamer gegaan, waar zij tijdens een bijzondere procedure hun verhalen deelden. Paul Caruana Galizia en Martin Turĉek confronteerden de Kamerleden met het feit dat journalisten ook buiten oorlogsgebieden hun leven niet zeker zijn. Onderzoeksjournalisten als Pauls moeder en Martins collega zijn vermoord, omdat ze onderzoek deden naar fraude, corruptie en mensenrechtenschendingen door politici en bedrijven.

Free Press Unlimited is gelukkig niet de enige die zich ernstig zorgen maakt over deze trend en de gevolgen daarvan voor de democratie – in Europa en daarbuiten. Tweede Kamerlid Sjoerdsma van D66 diende eind 2017 een motie in die werd aangenomen, waardoor de overheid in 2018 een fonds lanceerde voor de (juridische) bescherming van journalisten wereldwijd. Onze wens om dit fonds ook beschikbaar te stellen voor het voeren van strategische rechtszaken, onderzoek en verzekeringen, vond weerklank. Tijdens Free Press Live maakte minister Blok van Buitenlandse Zaken bekend dat Free Press Unlimited € 1,45 miljoen kan inzetten voor juridische bijstand aan journalisten.

Gender(on)gelijkheid in de media

De Commission on the Status of Women (CSW) evalueerde in 2018 hoe het stond met eerder gemaakte afspraken door VN-lidstaten over vrouwen en media. António Guterres, Secretaris-Generaal van de VN, trok zelf al de bedroevende conclusie: er is nauwelijks iets verbeterd in de afgelopen achttien jaar. Zijn deelname aan en toegang tot media verbeterd voor vrouwen, en hoe helpen media de positie van vrouwen te versterken? Aanleiding voor Free Press Unlimited om bij de Nederlandse delegatie te pleiten voor meer aandacht van de CSW voor de beeldvormende rol van media. Met succes: in de onderhandelingstekst waarmee de EU naar de CSW-bijeenkomst vertrok, stond een sterke paragraaf over de cruciale rol die media kunnen spelen in de bestrijding van genderongelijkheid. Om onze belangenbehartiging op het gebied van gender en media meer kracht bij te zetten, hebben we ons inmiddels aangesloten bij het Nederlandse genderplatform WO=MEN.

Link tussen lokaal en internationaal

Internationaal krijgt Free Press Unlimited steeds meer erkenning en waardering voor haar beïnvloedingswerk. Minstens even belangrijk is de waardering van onze lokale partners – zoals ook blijkt uit ons partnertevredenheidsonderzoek – voor de aansluiting die zij via ons netwerk krijgen bij internationale gremia in New York, Genève en Parijs. Het is natuurlijk ook te gek voor woorden dat zíj het geweld tegen journalisten aan den lijve ondervinden, maar nauwelijks toegang hebben tot de VN-organen die hierover afspraken maken. Omgekeerd zijn lokale mediaorganisaties dé missing link voor VN-organisaties als het gaat om de aanlevering van concrete data over geweld tegen journalisten.

Betrouwbare data over geweld tegen journalisten

Als je maatregelen wilt nemen om het geweld tegen journalisten tegen te gaan, moet je wel weten waarover je het hebt. Helaas constateerden we een enorm gebrek aan betrouwbare data bij de instanties (waaronder organen van de Verenigde Naties) die bijhouden hoeveel journalisten worden bedreigd, gemarteld, gevangengezet of ontvoerd. Dit komt omdat er geen eenduidige definitie is van het type geweld en iedereen zijn eigen methodiek hanteert. Free Press Unlimited woonde in 2018 twee grote bijeenkomsten bij van Unesco over Duurzame Ontwikkelingsdoel 16.10 (toegang tot informatie en bescherming van fundamentele vrijheden). Wat bleek: alleen over het aantal vermoorde journalisten zijn veel data beschikbaar, maar over andere zaken – arrestatie, mishandeling, marteling, ontvoering en bedreiging – zijn maar weinig gegevens voorhanden. Hoe kun je dan meten of landen vooruitgang boeken op dit gebied?

Dat leverde een duidelijk doel op: goede dataverzameling over én een betere monitoring van geweld tegen journalisten. Samen met de Universiteit van Sheffield werken we sinds 2018 aan een methode, waarmee iedereen op dezelfde manier data kan verzamelen en opslaan. Hieruit moet een beter raamwerk voortkomen dat lokale mediaorganisaties in staat stelt het geweld in hun eigen land zó bij te houden dat het betrouwbare data oplevert die vergelijkbaar en dus bruikbaar zijn. Dat maakt ook het monitoren van geweld tegen journalisten, een belangrijke graadmeter voor Duurzame Ontwikkelingsdoel 16.10, een stuk eenvoudiger.

Safety Coalition

De Safety Coalition die op initiatief van Free Press Unlimited in 2017 is opgericht, telt intussen 24 leden. Bedoeling is om door een betere samenwerking tussen vergelijkbare organisatie als Free Press Unlimited, een steviger vuist te kunnen maken voor effectieve bescherming van journalisten. In Kenia, Mexico, Myanmar en Nicaragua stemmen de coalitiepartners nu hun strategieën op elkaar af en maken samen per land een plan om de veiligheid van journalisten te vergroten. We richtten een werkgroep op die kennis verzamelt en samenwerkt op het gebied van gender en media. En nadat de vraag ‘wat kunnen media zelf doen’ een grote behoefte opleverde aan verzekeringen voor freelancers, ligt er nu voor het eerst een internationale modelpolis voor een goedkope basisverzekering; een enorme stap vooruit in vergelijking met de huidige beroerde bescherming van freelancers.

De Safety Coalition bleek ook een uitstekend platform om snel te reageren op de toenemende onveiligheid voor journalisten in Europa. Kort na de moord op Ján Kuciak stuurde Free Press Unlimited een brandbrief naar de Europese Commissie (EC), waarin we aandrongen op betere bescherming van journalisten en vervolging van hun moordenaars. De brief werd ondertekend door zeventien organisaties, waarvan dertien leden van de Safety Coalition.


Gender en media

De helft van de wereldbevolking is anno 2018 nog altijd nauwelijks vertegenwoordigd in de media. Een paar cijfers: slechts 10% van de nieuwsberichten heeft vrouwen als onderwerp en dan ook nog vaak als slachtoffer; niet meer dan één op de vijf geïnterviewde experts is vrouw; één op de vier managementposities in media wordt bezet door een vrouw. Maar we zien gelukkig vooruitgang, zeker bij onze partners.

Zo ontwikkelden al onze Syrische mediapartners een genderbeleid en krijgen vrouwelijke journalisten nu betaald bevallingsverlof. Nieuw is ook de taxiservice bij twee Nepalese kranten, die vrouwen thuisbrengt als ze ’s avonds laat moeten werken. En Men4Women, dat Free Press Unlimited in 2017 voor het eerst in drie landen organiseerde, vond een jaar later weerklank in maar liefst veertien landen. Van Mali tot Bangladesh kwamen duizenden mannelijke mediawerkers op voor vrouwenrechten en gendergelijkheid, online en in real life demonstraties.

App en keurmerk

In Nepal, Congo, Somalië, Syrië en Mali houden we samen met onze partners systematisch bij hoe vaak én hoe media over vrouwen berichten. We doen dat op basis van internationaal erkende criteria van het Global Media Monitoring Project. In bijeenkomsten met de onderzochte media bespreken we vervolgens de resultaten en laten we zien hoe het anders kan. In Nepal, waar onze partners elk kwartaal een gender media monitoring rapport publiceren, komen vrouwen nu aanzienlijk meer aan bod in twee van de negen grote kranten. Onze Malinese partner Tuwindi heeft een eigen app ontwikkeld voor hun monitoring die zo goed werkt dat we de app in 2018 samen uitbreidden. Nu is er een online gender media monitoring platform dat in meerdere landen gebruikt kan worden. Media kunnen heel eenvoudig data verzamelen en online invoeren, en krijgen daar heldere grafieken voor terug. Pilots lopen nu in Mali, Nepal en DR Congo – wordt vervolgd dus.

Tuwindi vond de resultaten van de media monitoring in Mali teleurstellend – zo worden vrouwen slechts in 12% van al het radionieuws als bron opgevoerd en wordt niet meer dan 11% van alle nieuwsberichten in kranten en op radio’s door vrouwen gemaakt – en besloot een keurmerk te ontwikkelen. Dit GIP-label (Gender, Independence, Professionalism) kent de organisatie toe aan media die met succes gendergelijkheid bevorderen. Zo hoopt Tuwindi ze te motiveren om beter hun best te doen, zowel als het gaat om content als om de positie van vrouwen op de werkvloer.

Training en coaching van vrouwelijke journalisten

In Irak was het aantal aanmeldingen van vrouwelijke fotojournalisten voor een coachingstraject overweldigend: 137, tegen nog geen 40 in 2017. De vrouwen raakten geïnspireerd door de impact van de fotoverhalen die de eerste training van onze partner Metrography had opgeleverd. De veertien vrouwen die geselecteerd werden, kregen vier dagen lang een training en maakten vervolgens onder begeleiding indrukwekkende fotoverhalen over vrouwenrechten, sterke vrouwen en klimaatverandering. Hun foto’s werden op vijf plaatsen in Irak geëxposeerd als onderdeel van Metrography’s jaarlijkse fotofestival en vijf vrouwen verschenen in tv-programma’s. Dat is precies wat we wilden bereiken: meer zichtbaarheid en erkenning voor de fotojournalistiek als beroep voor vrouwen.

Het geweld van Boko Haram heeft diepe wonden geslagen in de levens van mensen in Noord-Nigeria – en zeker in die van meisjes en vrouwen. Juist in deze regio zijn we in oktober 2018 gestart met een project dat hun verhalen optekent. Onze partner PAGED traint jonge journalisten en koppelt ze aan ervaren collega’s van vijftien mediaorganisaties uit heel Nigeria. Een documentaire waarin mensen vertellen over hun leven met dit conflict, vertoond in een mobiele bioscoop, is het startpunt voor een dialoog in de getroffen gemeenschappen én voor artikelen van de journalisten.